Een paar weken geleden gaven we een les op een vo-school. We vroegen een tweede klas om met een AI-chatbot een korte tekst te schrijven over een onderwerp naar keuze. Binnen een minuut stond er bij iedereen een vlot en overtuigend verhaal op het scherm. Knap gedaan, zou je denken. Tot we doorvroegen: klopt dit wel, en waar komt deze informatie vandaan? Toen werd het stil. Niemand had het gecontroleerd, en bij navraag bleek een deel van de feiten simpelweg verzonnen door de chatbot.
Dat patroon zien we op veel scholen, in het basisonderwijs net zo goed als in het voortgezet onderwijs. Leerlingen bewegen moeiteloos door apps, video’s en AI-tools, maar de basis daaronder ontbreekt vaak: kritisch kunnen kijken naar wat ze zien, gebruiken en delen. Precies daar gaat het eerste kerndoel digitale geletterdheid over: praktische kennis en vaardigheden.
In deze blog leggen we uit wat dit kerndoel inhoudt, waarom het er juist nu toe doet en waar je als school op moet letten.
Wat houdt dit kerndoel in?
De kerndoelen digitale geletterdheid van het SLO zijn opgebouwd uit drie domeinen. Het eerste domein, praktische kennis en vaardigheden, vat het SLO samen in één kerndoel: de leerling zet digitale technologie en digitale media in. Daaronder vallen vier onderdelen.
Digitale systemen: Leerlingen leren begrijpen hoe apparaten en software werken en hoe je ze functioneel inzet. Denk aan bestanden opslaan en terugvinden, een logische mappenstructuur gebruiken, instellingen aanpassen en hulpmiddelen benutten die software al biedt.
Digitale media en informatie: Leerlingen leren doelgericht zoeken, informatie beoordelen op betrouwbaarheid en bruikbaarheid, en bronnen vergelijken. Van een goede zoekvraag formuleren tot kritisch kijken naar wie iets gemaakt heeft en waarom.
Data: Leerlingen leren wat data zijn en hoe data worden verzameld, geordend en verwerkt tot informatie. Ze ontdekken dat de uitkomst van dataverwerking afhangt van de herkomst, juistheid en volledigheid van de gegevens, en dat je zelf voortdurend data achterlaat, bewust en onbewust, die anderen kunnen gebruiken. In het voortgezet onderwijs gaan leerlingen hier praktisch mee aan de slag, bijvoorbeeld door met een dataset onderzoek te doen en gegevens te analyseren en te visualiseren.
Kunstmatige intelligentie (AI): Hier groeit de lat mee met het niveau. In het basisonderwijs leren leerlingen AI-toepassingen in hun omgeving herkennen en beschrijven. In het voortgezet onderwijs gaan ze een stap verder en oefenen ze bijvoorbeeld met het trainen van een eenvoudig AI-model.
Belangrijk: dit domein staat niet op zichzelf. Praktische vaardigheden zijn de basis waarop de andere twee domeinen (ontwerpen en maken, en de gedigitaliseerde wereld) verder bouwen. Wie geen betrouwbare bron kan herkennen, kan ook niet kritisch reflecteren op de invloed van technologie.
Waarom is dit zo belangrijk?
De twee voornaamste redenen zijn als volgt, zowel inhoudelijk als praktisch.
De inhoudelijke reden is kansengelijkheid. Niet elke leerling krijgt thuis dezelfde digitale bagage mee. Door op school structureel aan praktische vaardigheden te werken, geef je iedereen dezelfde stevige basis om zelfredzaam mee te doen in een samenleving die steeds verder digitaliseert.
De praktische reden is dat er een duidelijke deadline ligt. De kerndoelen zijn klaar en vanaf schooljaar 2027/2028 wordt digitale geletterdheid verplicht onderwijs voor elke school. Dat klinkt misschien ver weg, maar een doorlopende leerlijn die echt werkt, bouw je niet in een paar maanden. De scholen die we nu zien starten, doen dat juist om straks rust te hebben in plaats van haast.
Waar moet je als school aan denken?
Een sterke les is mooi, maar het kerndoel vraagt om meer dan losse activiteiten. Drie aandachtspunten die we in de praktijk steeds terug zien komen.
Werk aan een doorlopende leerlijn van groep 1 tot en met de bovenbouw van het voortgezet onderwijs. Wat in de onderbouw begint met apparaten herkennen, groeit door naar bronnen beoordelen en AI begrijpen. Zonder die opbouw blijft het bij losse momenten.
Investeer in de deskundigheid van het team. Leerlingen worden pas vaardig als de leerkracht of docent zich zeker voelt. Dat vraagt om scholing en om materiaal dat klaarstaat, zodat niet elke collega het wiel opnieuw uitvindt. Wil je weten waar je team nu staat? Met een gratis nulmeting breng je de digitale competenties van het hele team in kaart, een concreet vertrekpunt voor je aanpak.
Maak een bewuste keuze tussen technologie als doel en als middel. Soms staat de vaardigheid zelf centraal, zoals leren zoeken. Soms gebruik je technologie om een ander leerdoel te halen. De combinatie werkt het best, mits je expliciet maakt welke digitale vaardigheid je traint. Zo’n keuze maak je het sterkst vanuit een gedragen visie en beleid op digitale geletterdheid.
Van losse les naar doorlopende leerlijn
Die vo-school van het begin? Daar zijn we daarna samen een doorlopende leerlijn gaan opzetten, van de eerste klas tot aan de bovenbouw. Dat is precies waar de echte uitdaging zit: van losse activiteiten naar een geborgde leerlijn die past bij jouw school, je rooster en je team. Daar hoef je niet alleen voor te staan.
Wil je sparren over hoe je praktische kennis en vaardigheden stevig neerzet, van visie tot uitvoering, met complete ontzorging? Plan een vrijblijvend adviesgesprek met Dé Codeerschool. We denken graag met je mee, gewoon vanuit de praktijk.
Nog niet toe aan een gesprek? Bekijk dan eerst onze diensten of doe de gratis nulmeting om te zien waar je school nu staat.