Digitale geletterdheid in het voortgezet onderwijs: waar moet je op letten?

Een docent geschiedenis geeft haar tweede klas een opdracht over de Koude Oorlog. Zoek drie bronnen en leg uit waarom je die vertrouwt. Bij het nakijken ziet ze twee soorten werk. Een deel van de klas heeft drie sites naast elkaar gelegd en legt netjes uit welke het meest betrouwbaar is en waarom. Een ander deel heeft één antwoord uit een chatbot overgenomen, inclusief een jaartal dat niet klopt.

Haar eerste gedachte is dat iemand hier iets aan moet doen. Haar tweede gedachte is de interessantere: ze doet het al. Leerlingen leren beoordelen wat een bron waard is, is precies wat de nieuwe kerndoelen digitale geletterdheid van scholen vragen. Er zat alleen nog geen kerndoelnummer bij.

Dat is het vertrekpunt van dit artikel. Digitale geletterdheid in het voortgezet onderwijs begint bijna nooit bij nul. Het begint bij zien wat er al gebeurt, benoemen wat dat dekt, en pas daarna kijken waar de gaten vallen. Hieronder staan vijf punten waar je als vakdocent op moet letten.

In het voortgezet onderwijs heten ze kerndoel 21, 22 en 23

Voor de onderbouw zijn de kerndoelen digitale geletterdheid inhoudelijk gelijk aan die van het primair onderwijs. Alleen de nummering verschilt, en dat is een detail dat vaker misgaat dan je zou denken [1].

Domein Nummer onderbouw voortgezet onderwijs Nummer primair onderwijs
Praktische kennis en vaardigheden 21 22
Ontwerpen en maken 22 23
De gedigitaliseerde wereld 23 24

Zoek je dus op “kerndoel 22 digitale geletterdheid”, dan vind je materiaal voor de basisschool. In jouw school heet dat domein kerndoel 21.

De kerndoelen gelden vanaf 1 augustus 2027 [2]. Wat dat op schoolniveau betekent voor visie, beleid en verantwoording, staat in ons artikel ‘Wat is digitale geletterdheid?’. Vanaf hier gaat het over jouw les.

1. Het is geen nieuw vak, het is een laag over jouw vak

De verwachting in de kerndoelen is expliciet vakoverstijgend. Digitale vaardigheden horen terug te komen bij Nederlands, bij de talen, bij wiskunde en bij mens en maatschappij [1]. Er komt geen uur digitale geletterdheid op het rooster, en er is voor de onderbouw ook geen methode die het hele gebied dekt.

Dat betekent dat de vertaling naar de les bij jou terechtkomt. In de praktijk is dat vaker een verschuiving dan een toevoeging. Een klassieke muurkrant over de Romeinen wordt een digitale presentatie over datzelfde onderwerp. Een schrijfopdracht bij Nederlands krijgt een tweede ronde waarin leerlingen hun eigen tekst vergelijken met wat een chatbot ervan maakt, en benoemen wat er verschilt.

Drie voorbeelden waarin een bestaande opdracht digitaal wordt uitgevoerd: een muurkrant wordt een digitale presentatie, een schrijfopdracht krijgt een vergelijking met een chatbottekst, en een mentorgesprek krijgt de vraag wie bepaalt wat leerlingen te zien krijgen.

Dat is werk. We gaan niet beweren dat het minder werk is dan je denkt, want dat is het niet. Het is wel voorspelbaar werk: de onderdelen liggen vast, de stappen zijn bekend, en je hoeft niet zelf uit te vinden wat erbij hoort.

2. Samenhang komt nooit uit één vaklokaal

Hier zit het verschil tussen het primair en het voortgezet onderwijs. In een basisschool is het probleem verticaal: acht jaargangen op één lijn krijgen. In het voortgezet onderwijs is het horizontaal. Het onderwerp is verdeeld over vakken en docenten die elkaars planning niet zien.

Het gevolg is scheef in twee richtingen. De ene leerling leert bronnen beoordelen bij drie vakken, de andere bij geen enkel. Bij de talendocent staat AI al in de schrijfopdrachten, terwijl de collega ernaast nog zoekt hoe het binnen het eigen vak past. Niemand doet iets verkeerd, en toch krijgen twee leerlingen in dezelfde jaarlaag een heel ander programma.

Samenhang ontstaat alleen als de school bewust verdeelt wie wat aanbiedt. Dat kun je als individuele docent niet oplossen, maar je kunt er wel het bruikbaarste stuk aan leveren: een eerlijk overzicht van wat jij nu al doet en welk onderdeel dat raakt. Zonder dat overzicht bestaat de verdeling uit aannames. Wat de school daarna met die verdeling doet, staat op onze pagina over digitale geletterdheid in het voortgezet onderwijs.

3. Reken niet op wat leerlingen al lijken te kunnen

In november 2024 verschenen de Nederlandse resultaten van ICILS 2023, het internationale peilingsonderzoek naar digitale geletterdheid. Getest werd het tweede leerjaar van het voortgezet onderwijs: 1.288 leerlingen op 47 scholen, plus 300 leraren [3].

De uitkomst is ongemakkelijk. Nederlandse leerlingen scoren op computer- en informatiegeletterdheid gemiddeld onder het basisniveau, en één op de drie kan een computer niet goed bedienen. Op computationeel denken zitten ze wel op het basisniveau, maar significant onder het internationale gemiddelde: bijna alle OESO-landen scoren hoger dan Nederland.

Het meest bruikbare gegeven uit dat rapport gaat niet over de leerlingen, maar over de scholen. De ICT-voorzieningen in Nederland zijn goed. In de les wordt er relatief weinig aandacht aan besteed, en computationeel denken en programmeren krijgen daarvan nog het minst [3]. De digitalisering van het voortgezet onderwijs is dus vooral een kwestie van apparatuur geweest, niet van lesinhoud.

Die cijfers prikken ook door een aanname die in elke docentenkamer rondgaat: dat deze generatie het vanzelf oppikt. Wie vlot een telefoon bedient, kan daarmee nog niet inschatten wat een zoekresultaat waard is. Dat onderscheid is het hele vak.

4. AI staat al in een kerndoel, met een nummer

Onder het eerste domein staan vier onderdelen: digitale systemen, digitale media en informatie, data en AI. Dat laatste onderdeel heeft een eigen nummer, kerndoel 21D in de onderbouw van het voortgezet onderwijs [1]. Het gaat erom dat leerlingen leren beschrijven waar een AI-systeem uit bestaat, herkennen waar ze het in hun eigen omgeving tegenkomen, en er verantwoord mee omgaan.

Dat is prettig nieuws als je het gesprek over AI op school moet voeren. AI is geen onderwerp dat er bovenop komt en waar je nog een plek voor moet vinden. Het staat in een verplicht kerndoel, met een nummer.

Er is voor jouw eigen werk ook een kans, en die is specifieker dan “AI bespaart tijd”. AI maakt het makkelijker om van dezelfde oefening meerdere varianten te maken, zodat leerlingen op eigen niveau verder kunnen en niet hoeven te wachten op de rest. Twee dingen horen daarbij. Het bewijs is nog dun: Kennisnet schrijft zelf dat de effecten van AI-tutoren op het leerproces nog maar mondjesmaat wetenschappelijk onderzocht zijn [4]. Behandel het dus als een kans en niet als een aangetoond resultaat. Daarnaast is de grens duidelijk: het systeem stelt een volgende stap voor, jij beslist wat die stap over een leerling zegt.

5. Begin bij wat leerlingen zelf meemaken

Kennisnet publiceerde in november 2025 een pedagogische kijk op dit vak die goed van pas komt in de onderbouw. De kern: laat niet het bedienen van technologie centraal staan, maar de vraag hoe je je ertoe verhoudt [5].

Dat maakt het derde domein, de gedigitaliseerde wereld, opeens heel concreet. Je hoeft geen platform uit te leggen dat leerlingen beter kennen dan jij. Je kunt beginnen bij iets wat ze dagelijks meemaken. Waarom staat in Magister wel je cijfer en niet je inzet? Wie bepaalt wat je op je tijdlijn ziet? Dat zijn gesprekken die in een mentoruur of bij maatschappijleer thuishoren, en ze raken kerndoel 23 rechtstreeks.

Dat is ook de bedoelde opbouw. Praktische vaardigheden zijn de basis, ontwerpen en maken bouwt daarop voort, en de gedigitaliseerde wereld geeft er betekenis aan [1]. Pas als leerlingen begrijpen wat technologie met hen en met de samenleving doet, kunnen ze er bewust mee ontwerpen en maken.

Wat je hier maandag mee kunt

Drie stappen die je in een uur doet, zonder dat er eerst schoolbeleid hoeft te liggen.

  1. Pak één opdracht die je dit jaar al geeft en schrijf erbij welk onderdeel hij raakt. Bronnen vergelijken hoort bij kerndoel 21, onderdeel digitale media en informatie. Een presentatie of een video maken hoort bij kerndoel 22, creëren met digitale technologie. Een gesprek over algoritmes hoort bij kerndoel 23, samenleving en wereld.
  2. Leg het naast je vakgroep. Welke twee onderdelen passen logisch bij jullie vak, en welke horen ergens anders? Dat gesprek duurt tien minuten en levert een verdeling op die klopt.
  3. Geef die lijst door aan degene die de samenhang bewaakt: de curriculumcoördinator, de teamleider of de i-coach. Zonder dat overzicht wordt de verdeling geraden.

Wat er dan overblijft, is de vraag die je niet in je eigen vaklokaal kunt beantwoorden: staat het team als geheel er goed voor, en welke onderdelen dekt niemand? Daar is onze nulmeting digitale geletterdheid voor. Het hele team vult een vragenlijst van een kwartier in, en daarna gaan we op school om de tafel met de schoolleiding en de werkgroep. Dat is geen rapport dat in een la verdwijnt, écht een concreet vertrekpunt.

Bronnen

  1. SLO (juli 2025). Definitieve conceptkerndoelen digitale geletterdheid, inclusief toelichtingsdocument. Amersfoort. slo.nl
  2. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (1 september 2025). Kamerbrief kerndoelen burgerschap, digitale geletterdheid en Nederlandse Gebarentaal. tweedekamer.nl
  3. Kohnstamm Instituut, Universiteit van Amsterdam en IEA (12 november 2024). ICILS 2023: De digitale geletterdheid van Nederlandse leerlingen in het voortgezet onderwijs. icils2023.nl
  4. Song Loong, T. en Lockefeer, W. (19 mei 2025). Kansen en beperkingen van AI-tutoren voor het onderwijs. Kennisnet. kennisnet.nl
  5. Pijpers, R. (24 november 2025). Lesgeven in digitale geletterdheid: een pedagogische aanpak. Kennisnet. kennisnet.nl

In dit artikel

Weet je waar jouw school staat?

Doe de gratis nulmeting digitale geletterdheid. Je krijgt een helder beeld en concrete vervolgstappen.

Vond je het een interessante blog?

Schrijf je in en ontvang nieuwe blogs in je mailbox

Stuur ons een bericht

Vragen over digitale geletterdheid op jouw school, onze diensten of iets heel anders? Vul het formulier in, dan nemen we binnen twee werkdagen contact met je op.

Liever direct contact? Bel 020 215 7441 of mail naar info@codeerschool.nl. We zijn bereikbaar van maandag tot en met vrijdag, 9:00 tot 17:00 uur.

Andere relevante artikelen

Laat je inspireren en ontwikkelen met onze verhalen, informatie, tips en actualiteiten.

Wat is mediawijsheid: de drie vragen bij elk bericht. Wie heeft dit gemaakt, waarom zie ik het, en wat wil de maker dat ik doe?
Drie zones voor AI in het onderwijs: je eigen voorbereiding, de les met leerlingen inclusief adaptief werken, en het beoordelen van werk
Thumb - Wordt digitale geletterdheid verplicht - Blog
bp-normenkader-visual