Tijdens een teamvergadering vraagt een leerkracht hoe ze moet reageren op een leerling die met een filmpje aankomt waarin een politicus iets zegt dat hij nooit heeft gezegd. Ze weet dat het nep is. Wat ze zoekt, is een manier om dat samen met haar groep vast te stellen, in plaats van het alleen te vertellen.
Dat is precies waar mediawijsheid over gaat: van een onderbuikgevoel naar een controle die je leerlingen zelf kunnen uitvoeren. Hieronder lees je wat mediawijsheid betekent, welke vaardigheden eronder vallen, hoe het zich verhoudt tot digitale geletterdheid, en waarom het juist nu op de agenda staat. Zowel voor de klas als voor thuis.
Wat is mediawijsheid? De betekenis in één alinea
De term komt uit het advies Mediawijsheid: de ontwikkeling van nieuw burgerschap, waarmee de Raad voor Cultuur het begrip in 2005 in Nederland introduceerde [1]. De definitie daaruit wordt nog steeds aangehouden: mediawijsheid is “het geheel van kennis, vaardigheden en mentaliteit waarmee burgers zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegen in een complexe, veranderlijke en fundamenteel gemedialiseerde wereld”.
Let op wat er in die definitie wél en niet staat. Er staat niet dat je media moet wantrouwen. Er staat dat je bewust, kritisch en actief handelt. Mediawijsheid is dus geen les over gevaren, maar een vaardigheid die je stap voor stap opbouwt. Een leerling die zelf een video maakt, een bron nakijkt of een discussie in een groepschat de goede kant op stuurt, is op dat moment mediawijs bezig.
De drie vragen waarmee je begint
Je hoeft niet elke app te kennen die je leerlingen gebruiken. Je hoeft de vragen te kennen die bij elke app hetzelfde blijven:
Wie heeft dit gemaakt? Waarom zie ik het? Wat wil de maker dat ik doe?
Deze drie vragen werken bij een nieuwsbericht, bij een TikTok-video, bij een advertentie en bij een antwoord van een AI-chatbot. Ze zijn de kortste samenvatting van mediawijsheid die er is, en ze passen in elk vak.
De acht competenties: wat een mediawijze leerling kan
Netwerk Mediawijsheid werkt het begrip uit in het Mediawijsheid Competentiemodel uit 2021. Dat model bestaat uit acht competenties, die er letterlijk zo heten [2]:
- Apparaten en software bedienen. De praktische basis: inloggen, opslaan, delen, instellingen aanpassen.
- Toepassingen exploreren. Zelf uitzoeken hoe iets werkt, ook zonder handleiding.
- Informatie vinden. Doelgericht zoeken en beoordelen wat je vindt.
- Creëren met media. Zelf iets maken: een video, een presentatie, een podcast.
- Verbinden via media. Contact leggen en samenwerken, ook met mensen die je niet kent.
- Discussiëren over media. Je mening geven, reageren, omgaan met reacties van anderen.
- Media doorgronden. Snappen hoe media werken: verdienmodellen, algoritmes, framing.
- Reflecteren op mediagebruik. Terugkijken op je eigen gedrag en er iets mee doen.

Rond die acht competenties legt het model tien gebieden waarin mediagebruik verschil maakt, van gezondheid en vrije tijd tot opleiding, werk en geld [2]. Die buitenring is nuttig als je een les wilt verankeren: mediawijsheid is geen vak op zichzelf, het raakt overal aan.
Wat opvalt als je deze acht naast elkaar zet: de helft gaat over maken, verbinden en meedoen. Het beeld dat mediawijsheid vooral uit waarschuwen bestaat, komt uit dat model dus niet naar voren.
Mediawijsheid en digitale geletterdheid: hoe verhouden ze zich?
Deze twee begrippen worden vaak door elkaar gebruikt, en dat is verwarrend zodra je beleid gaat maken. Het verschil is te overzien.
Digitale geletterdheid is de brede paraplu. Daaronder vallen naast mediawijsheid ook praktische ict-vaardigheden, informatievaardigheden en computational thinking. Mediawijsheid is dus een onderdeel van digitale geletterdheid, gericht op de vraag hoe je je in het media- en informatielandschap beweegt.
Voor scholen is vooral relevant waar dat onderdeel in de nieuwe kerndoelen landt. Mediawijsheid staat daar niet als apart kerndoel met dat woord erboven: het zit verwerkt in kerndoel 22 voor het primair onderwijs en kerndoel 21 voor het voortgezet onderwijs. Onderdeel B daarvan vraagt letterlijk om het “beoordelen van aangeboden en gevonden informatie op betrouwbaarheid en bruikbaarheid” en om het “beschrijven hoe makers van digitale media de aandacht van gebruikers trekken, vasthouden en beïnvloeden” [3].
Die verplichting gaat in op 1 augustus 2027, dus vanaf dat schooljaar moet je kunnen laten zien dat je leerlingen hier iets over leren [3]. Het volledige overzicht van de drie domeinen staat op onze pagina over de kerndoelen digitale geletterdheid.
Waarom is mediawijsheid belangrijk?
Drie invalshoeken, van een gemeten cijfer tot wat de wetenschap over aanpak zegt.
Leerlingen kunnen minder dan we aannemen
Uit het internationale peilingsonderzoek ICILS 2023 blijkt dat Nederlandse leerlingen in het voortgezet onderwijs gemiddeld onder het basisniveau van computer- en informatiegeletterdheid scoren. Eén op de drie leerlingen kan een computer niet goed bedienen, en veel leerlingen missen de vaardigheden om de betrouwbaarheid van digitale informatie te beoordelen [4]. Opgroeien met een telefoon in de hand levert dus geen vaardigheid op die je bij de rest van je leren kunt inzetten.
Het informatielandschap verandert sneller dan het lesmateriaal
Uit het Digital News Report Nederland 2026 blijkt dat 46 procent van de 18- tot 24-jarigen online nieuwsfluencers volgt. In dezelfde meting is het aandeel Nederlanders dat zich zorgen maakt over online mis- en desinformatie gestegen van 30 procent in 2018 naar 51 procent in 2026 [5]. Je leerlingen groeien op in dat landschap, ook als het jouw eigen nieuwsdieet niet is.
Leerlingen die het zelf uitleggen, onthouden meer
In Nature Human Behaviour zetten Ma en collega’s op een rij wat er bekend is over adolescenten en misinformatie. Hun kernpunt: jongeren maken snelle sociale, emotionele en cognitieve veranderingen door, en interventies werken alleen als ze op die leeftijdsfase zijn afgestemd [6]. Het artikel is een overzichtsstudie en geen effectmeting, dus het levert een richting op en geen bewijs van resultaat.
In een gesprek bij Netwerk Mediawijsheid maakt Ma dat concreet voor de klas: laat jongeren begrijpen waarom misinformatie bestaat en wat het met mensen doet, en laat ze hun kennis zelf uitleggen, bijvoorbeeld aan hun ouders [7]. Dat sluit aan bij hoe je andere vaardigheden ook aanleert: door ze te laten toepassen.
Wat de school aan ouders kan meegeven
Het grootste deel van het mediagebruik van een kind vindt thuis plaats, dus mediawijsheid ophangen aan schooltijd alleen werkt niet. Drie punten die je op een ouderavond of in de schoolnieuwsbrief kunt meegeven:
- Kijk samen. Vraag je kind iets te laten zien wat het leuk vindt, en stel daarna de vraag waarom het dit te zien krijgt. Dat gesprek geeft je kind de kans om iets uit te leggen, en dat is precies wat blijft hangen [7].
- Doe zelf mee aan de leercurve. In hetzelfde gesprek benadrukken de experts dat mediawijsheid voor volwassenen even belangrijk is als voor jongeren [7]. Wie zelf een bron nakijkt voordat hij iets doorstuurt, geeft het beste voorbeeld dat er is.
- Stem af met school. Vraag wat er in de klas aan bod komt. Als thuis en school dezelfde drie vragen stellen, gaat het sneller.
Wil je dit als school breder oppakken, dan staan er praktische handvatten in ouderbetrokkenheid voor digitale geletterdheid.
Waar begin je als school?
Begin klein en concreet, en kies één plek in je bestaande lessen waar je een mediawijsheidsvraag inbouwt. Bij taal en begrijpend lezen kun je bronnen vergelijken. Bij wereldoriëntatie kun je nagaan wie een filmpje heeft gemaakt en met welk doel. Bij rekenen kun je kijken hoe een grafiek in een nieuwsbericht is opgebouwd.
Vanaf daar bouw je verder aan een doorlopende leerlijn, zodat wat groep 5 leert past bij wat groep 8 doet. Dat kost tijd, maar het is voorspelbaar werk: de stappen zijn bekend en de kerndoelen geven de richting.
Zo pakken we het bij Dé Codeerschool ook aan. We beginnen bij wat er al staat in jouw school, en bouwen daar een leerlijn op die blijft staan als wij weer weg zijn. Wil je eerst concrete werkvormen en voorbeelden uit de praktijk? Lees dan verder in mediawijsheid in de klas: tips voor leerkrachten. Daar staan twee uitgewerkte situaties die je morgen kunt gebruiken.
Bronnen
[1] Raad voor Cultuur (2005). Mediawijsheid: de ontwikkeling van nieuw burgerschap. Advies aan de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Het advies staat niet als officiële publicatie online; de herkomst van de term en de definitie zijn gedocumenteerd bij Netwerk Mediawijsheid. mediawijsheid.nl
[2] Netwerk Mediawijsheid (2021). Mediawijsheid Competentiemodel 2021. netwerkmediawijsheid.nl
[3] SLO (juli 2025). Definitieve conceptkerndoelen digitale geletterdheid, inclusief toelichtingsdocument. SLO, in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. slo.nl
[4] Krepel, A., Karssen, M., Buisman, M., Conijn, J., Schreurs, B., Booij, G. en Farzan, K. (2024). ICILS 2023. De digitale geletterdheid van Nederlandse leerlingen in het voortgezet onderwijs. Kohnstamm Instituut, rapport 1141, in samenwerking met Ipsos I&O en de Universiteit van Amsterdam. kohnstamminstituut.nl
[5] Commissariaat voor de Media (24 juli 2026). Digital News Report Nederland 2026. Hilversum. cvdm.nl
[6] Ma, I., Sultan, M., Kozyreva, A. en Van den Bos, W. (14 november 2025). Understanding the impact of misinformation on adolescents. Nature Human Behaviour. nature.com
[7] Netwerk Mediawijsheid (10 februari 2026). Kwetsbaar en krachtig tegen misinformatie: lessen voor een effectieve aanpak met jongeren. netwerkmediawijsheid.nl