Een docent aardrijkskunde bereidt een lessenserie over rivieren voor havo 2 voor. Ze vraagt een chatbot om een opzet voor vier lessen, met per les een werkvorm en een exit ticket. Binnen een minuut staat er een bruikbaar raamwerk. Twee werkvormen neemt ze over, één past ze aan voor haar klas, en in de derde les ziet ze een rivier die door het verkeerde land stroomt. Die haalt ze eruit.
Zo werken AI-hulpmiddelen voor lesplanning in de praktijk: ze leveren snel een eerste versie, en jij maakt er onderwijs van. Veel leraren doen dit al. Uit het internationale TALIS-onderzoek van de OESO blijkt dat ongeveer 41 procent van de leraren in de onderbouw van het voortgezet onderwijs AI gebruikt in hun onderwijs. Van die groep zet 64 procent het in om lesplannen of activiteiten te maken [1].
In dit artikel lees je welke soorten hulpmiddelen er zijn, welke lesplantaak bij welk hulpmiddel past, wat onderzoek zegt over tijd en kwaliteit, en welke vier vragen je stelt voordat je een tool gebruikt. De voorbeelden komen uit het primair en het voortgezet onderwijs.
Twee soorten AI-tools voor onderwijs
Kennisnet onderscheidt twee families [2].
Generieke chatbots, zoals ChatGPT. Ze draaien op een groot taalmodel, ook wel LLM genoemd: software die op basis van enorme hoeveelheden tekst voorspelt welke woorden logisch op elkaar volgen. Daardoor zijn ze breed inzetbaar en sterk in taal: een uitleg herschrijven, vragen bedenken, een lesopzet structureren. Ze weten niets van jouw klas, jouw methode of jouw leerdoelen, tenzij jij dat vertelt.
Onderwijsspecifieke tools, gebouwd voor leraren. Kennisnet noemt LessonUp en Diffit als voorbeelden [2]. Ze werken vaak met vaste formats, zoals een les met dia’s of een tekst op meerdere leesniveaus. Dat maakt ze sneller voor één taak, maar minder flexibel.
Welke van de twee je gebruikt, is in de praktijk vaak al bepaald door wat je school heeft goedgekeurd. Daarover zo meteen meer.
Het overzicht: welk hulpmiddel bij welke lesplantaak
Lesplanning is niet één taak. Het zijn er vijf, en AI helpt niet bij elk ervan even goed.
| Lesplantaak | Wat AI goed kan | Waar jij op let |
|---|---|---|
| Lesopzet en lessenserie | Een structuur voorstellen, met werkvormen en een opbouw per les | Sluit het aan op je leerdoel en je methode? |
| Differentiëren | Dezelfde opgave of tekst in meerdere niveaus | Klopt het niveau echt, en is de inhoud gelijk gebleven? |
| Oefen- en toetsvragen | Veel vragen in korte tijd, met variatie in vorm | Is de vraag feitelijk juist, en toetst hij wat jij wilt toetsen? |
| Uitleg en voorbeelden | Een begrip op meerdere manieren uitleggen, met contexten die leerlingen herkennen | Is het voorbeeld correct, en past het bij jouw groep? |
| Feedback voorbereiden | Een opzet voor een rubric of voor succescriteria | Passen de criteria bij jouw beoordeling, niet bij een gemiddelde? |
Twee voorbeelden maken het concreet.
In het primair onderwijs laat een leerkracht van groep 6 een informatieve tekst over egels herschrijven op drie leesniveaus. Dezelfde feiten, dezelfde vragen, alleen een andere zinslengte en woordkeus. Zo werkt de hele groep aan hetzelfde onderwerp, elke leerling op eigen niveau.
In het voortgezet onderwijs vraagt een docent wiskunde om tien contextopgaven bij lineaire verbanden, elk met een andere context: een telefoonabonnement, een taxirit, een plant die groeit. Hij kiest er vier en past de getallen aan.
Hier zit ook de kans die AI biedt voor adaptief onderwijs. Meerdere varianten van dezelfde oefening maken kost minder moeite, en dat maakt het makkelijker om elke leerling op eigen niveau uit te dagen. Kennisnet ziet die kans ook, en tekent daarbij aan dat effectief differentiëren met AI een complexe professionele vaardigheid blijft [2]. Het hulpmiddel maakt de varianten. Jij bepaalt welke leerling welke variant krijgt.
Wat onderzoek zegt over tijd en kwaliteit
Het meest geciteerde onderzoek komt uit Engeland. De Education Endowment Foundation liet 259 docenten natuurwetenschappen in de onderbouw ChatGPT gebruiken bij hun lesvoorbereiding, met een handleiding erbij. Een vergelijkbare groep werkte zoals altijd. De eerste groep besteedde gemiddeld 56 minuten per week aan voorbereiding, de controlegroep 82 minuten. Onafhankelijke beoordelaars zagen geen verschil in de kwaliteit van de lessen en het materiaal [3].
Dat is een hoopvol resultaat, maar de onderzoekers vragen zelf om voorzichtigheid: de kwaliteitsbeoordeling rustte op een beperkt aantal ingeleverde materialen [3]. Let ook op context. Het ging om één vak, één leeftijdsgroep, en docenten die een handleiding kregen voor effectief gebruik.
Dat laatste is de les die je eruit haalt. Het resultaat kwam niet van de tool alleen, maar van de tool plus de vaardigheid om hem goed te gebruiken. Een vraag die de klas, het leerdoel en het niveau beschrijft, levert iets anders op dan “maak een les over breuken”. Hoe preciezer je vraag, hoe minder je achteraf hoeft te herstellen.
Vier vragen voordat je een tool gebruikt
Het grootste risico bij AI-hulpmiddelen voor lesplanning zit niet in de lesopzet zelf, maar in wat je erin stopt. Stel jezelf daarom deze vier vragen.
1. Heeft mijn school deze tool goedgekeurd? Kennisnet adviseert om alleen tools te gebruiken die de school betrouwbaar heeft bevonden en heeft goedgekeurd [4]. SIVON, de coöperatie van schoolbesturen die afspraken maakt met leveranciers, is nog stelliger: het is niet verstandig dat leraren zonder controle op veiligheid en privacy zelf software gaan gebruiken [5]. Weet je niet welke tools zijn toegestaan, vraag het dan na bij je ICT-coördinator of i-coach.
2. Gaan er persoonsgegevens in? Het antwoord moet nee zijn. De handreiking van het Arbeidsmarktplatform PO is daar helder over: persoonsgegevens voer je niet in, want daarmee geef je ze weg [6]. Geen namen, geen observaties over een leerling, geen gegevens uit het leerlingvolgsysteem. Wil je differentiëren voor één leerling, beschrijf dan het niveau en niet het kind.
3. Werk ik met een gratis account of met een schoolaccount? Bij gratis accounts kunnen AI-modellen ingevoerde gegevens gebruiken om verder te trainen, aldus SIVON. Bij een betaald account of schoolaccount kan dat vaak worden uitgezet, en kan de school afspraken vastleggen in een overeenkomst [5]. Dezelfde tool kan dus wel of niet geschikt zijn, afhankelijk van hoe je inlogt.
4. Controleer ik de uitkomst? AI kan overtuigend fout zijn, want een taalmodel voorspelt wat logisch klinkt, niet wat waar is. In TALIS zegt 66 procent van de leraren dat AI ongepaste of onjuiste aanbevelingen kan doen [1]. Lees daarom alles na voordat het de klas in gaat, net als de rivier in het voorbeeld bovenaan.
Over de ethische kant, en over de vraag hoe betrouwbaar de data achter AI-toepassingen zijn, lees je meer in ons artikel over kunstmatige intelligentie in het onderwijs.
Jij blijft de ontwerper van je les
Een AI-hulpmiddel kan een lesopzet maken, maar het kent je klas niet. Het weet niet dat de helft van je groep gisteren een toets had, of dat er net een leerling is ingestroomd. Dat oordeel blijft bij jou.
Kennisnet wijst op een risico dat minder zichtbaar is: wie te veel leunt op materiaal van AI, kan het eigen ontwerpend vermogen verzwakken [2]. UNESCO zet een mensgerichte houding als eerste van vijf dimensies in haar competentiekader voor leraren, en ontwikkelde dat kader vanuit het principe dat het handelingsvermogen van mensen moet worden versterkt [7]. De handreiking van het Arbeidsmarktplatform PO zegt hetzelfde in praktijktaal: het vakmanschap blijft centraal staan, bij het begeleiden van leerlingen en het maken van pedagogische en didactische keuzes [6].
Gebruik AI dus om sneller bij een eerste versie te komen, niet om de keuzes over te slaan. Wil je zien hoe dat verder gaat dan je eigen voorbereiding, lees dan AI in het onderwijs: wat kunnen leraren er nu al mee? Daarin staan drie zones, van voorbereiden tot beoordelen.
Leren werken met AI, in je eigen tempo
De docenten in het onderzoek van de Education Endowment Foundation kregen een handleiding. De meeste leraren moeten het zelf uitzoeken. Uit TALIS blijkt dat 75 procent van de leraren die geen AI gebruiken, als belangrijkste reden noemt dat ze de kennis en vaardigheden missen. Dat de school het niet toestaat, noemt maar 12 procent [1].
Het gaat dus zelden om willen. Het gaat om kunnen, en dat kun je leren. In de e-learning van Dé Codeerschool bouw je in korte videolessen je vaardigheden op, van AI-geletterdheid tot digitale didactiek. Een cursus kost ongeveer twee uur leertijd en levert een certificaat op, als bewijs van je professionalisering. Vraag een gratis proeflicentie aan voor je team en ontdek welke cursussen bij jullie passen.
Bronnen
[1] Li, R. (5 december 2025). Using Artificial Intelligence: Takeaways from TALIS 2024. Education International, Brussel. ei-ie.org
[2] Kaag, M. (15 juni 2026). Leermiddelen differentiëren met AI. Kennisnet, Zoetermeer. kennisnet.nl
[3] Education Endowment Foundation (12 december 2024). Teachers using ChatGPT, alongside a guide to support them to use it effectively, can cut lesson planning time by over 30 per cent. EEF, Londen. educationendowmentfoundation.org.uk
[4] Buijs, A. en Cents, M. (27 mei 2025). Schoolafspraken over het gebruik van generatieve AI. Kennisnet, Zoetermeer. kennisnet.nl
[5] SIVON (geraadpleegd 29 september 2026). Veelgestelde vragen over veilig gebruik van AI. SIVON. sivon.nl
[6] Van Rijn, M., Kok, W. en Van den Berg, M. (maart 2026). Handreiking Werken met AI in het primair onderwijs. Arbeidsmarktplatform PO, Den Haag. arbeidsmarktplatformpo.nl
[7] UNESCO (8 augustus 2024). AI competency framework for teachers. UNESCO, Parijs. unesco.org